Bel voor een afspraak

088 - 500 2099

Polikliniek cardiogenetica

Screening op genetisch risico vaatlijden

GENETISCHE RISICOSTRATIFICATIE bij atherosclerotisch vaatlijden in het algemeen en coronairlijden in het bijzonder.

Hart-en vaatziekten (HVZ) vormen te samen een groep ziektebeelden, die met name bestaat uit coronair lijden (vernauwing in kransslagader van het hart), myocardinfarct (hartaanval), cerebrovasculair lijden (herseninfarct, hersenbloeding) , perifeer vaatlijden (verstopte slagaders in buik en of benen) en het aneurysma van de buikaorta (verwijding van de lichaamsslagader in de buik).

Sedert geruime tijd zijn HVZ de belangrijkste oorzaak van vroegtijdig overlijden in de westerse samenlevingen van Europa en Amerika. Het hartinfarct is hierbij zelfs de meest voorkomende enkelvoudige doodsoorzaak! Sinds 2000 zijn HVZ ook wereldwijd gezien de belangrijkste oorzaak van sterfte.

HVZ vormen ook een belangrijke oorzaak van klachten, zoals bijvoorbeeld pijn op de borst bij inspannig in het geval van een vernauwing in een kransslagader, en verschijnselen zoals bijvoorbeeld een halfzijdige verlamming na een doorgemaakt herseninfarct. Tevens dragen ze substantieel bij aan de alsmaar stijgende kosten in de gezondheidszorg.

De onderliggende oorzaak van HVZ berust in verreweg de meeste gevallen op een proces dat atherosclerose heet en in de volksmond bekend staat als aderverkalking. De aderverkalking ontstaat meestal zeer geleidelijk aan vanaf de jonge volwassenheid en leidt meestal pas na vele jaren tot klachten. Wanneer de klachten ontstaan is er vaak al sprake van een belangrijke vernauwing in het bloedvat of is er een plotselinge afsluiting van het bloedvat ontstaan door de ontwikkeling van een bloedstolsel (bloedprop) ter plaatse.

Het ontstaan van atherosclerose heeft met vele factoren te maken. In grote lijnen bestaan deze uit een ongezonde leefstijl (o.a. roken, ongezonde voeding, weinig beweging), een aantal fysiologische- en biochemische factoren (hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol, vetzucht) en een bepaalde erfelijke aanleg.

Alle factoren tesamen die met het ontstaan en de progressie van HVZ te maken hebben, noemt men cardiovasculaire risicofactoren of kortweg risicofactoren (RF). Men kan deze RF weer onderverdelen in behandelbare RF (roken, hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol) en niet modificeerbare RF (leeftijd, geslacht, erfelijke aanleg).

Het is inmiddels onomstotelijk aangetoond dat preventieve behandeling van de modificeerbare RF leidt tot een vertraging van het ziekteproces, een uitstel van het ontstaan van klachten en een verlaging van de kans op overlijden. Men spreekt van primaire preventie als deze risicofactor regulatie wordt toegepast bij een asymptomatische persoon met een verhoogd risicoprofiel. Er is sprake van secundaire preventie als de risicofactor regulatie wordt toegepast bij individuen met een reeds manifeste HVZ. Uit onderzoek is gebleken dat asymptomatische personen met een hoog risico op HVZ of patiënten met een reeds manifeste HVZ meer baat hebben van het reguleren c.q. behandelen van hun risicofactoren dan asymptomatische individuen met een laag risico op HVZ.

Wie komt in aanmerking voor preventieve maatregelen?

Patienten met manifeste hart- en vaatziekten komen allemaal in aanmerking voor preventieve behandeling d.m.v regulatie van hun RF teneinde progressie van hun ziekte af te remmen en de kans op klachten c.q. complicaties te verkleinen. Asymptomatische individuen met een substantieel verhoogd risico op HVZ komen ook in aanmerking voor preventieve behandeling. In deze categorie vallen volgens de richtlijnen van de European Society of Cardiology individuen met diverse risicofactoren en een totaal risico op sterfte t.g.v. HVZ binnen 10 jaar groter dan 5% o.b.v. de SCORE risk chart (zie onder). Ook vallen hieronder patienten met suikerziekte en personen met een uitgesproken verhoging van 1 van de afzonderlijke RF. (bijvoorbeeld zeer hoge bloeddruk of sterk verhoogd cholesterolgehalte in het bloed). Een derde groep personen die in aanmerking komt voor preventieve behandeling bestaat uit mensen die een naast familielid hebben met een vroegtijdige hart- en of vaatziekte.

Doel preventie:

  • Stoppen met roken
  • Gezonde voedingkeuze
  • Dagelijks 30 minuten matige inspanning
  • Vermijden van overgewicht
  • Goede bloeddruk
  • Normaal cholesterol
  • Normale bloedsuiker

Waar bestaan deze maatregelen uit.

  • Lifestyl interventie maatregelen.
    • Bewegings programma’s,
    • gezonde voeding,
    • dietiste.
  • Medicatie: cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers, anti-diabetica, bloedverdunners (aspirine).

Wat te doen met mensen met een matig risico (1-5%) ?

Een grote groep personen valt niet in de bovenbeschreven risicocategorieën maar heeft wel een licht tot matig verhoogd risico op HVZ. Deze categorie komt volgens de Europese richtlijnen uit 2007 echter niet in aanmerking voor preventieve behandeling. Dit betreft mensen met een kans op overlijden binnen 10 jaar t.g.v. een HVZ die kleiner is dan 5% en groter dan 1%. Voor deze personen uit de zogenaamde “matig risico categorie” gelden uiteraard wel de algemene “life-style”adviezen m.b.t lichamelijke inspanning, voeding, gewicht en rookgewoonte.

Als gevolg van een nieuwe en zeer interessante ontwikkeling op het gebied van DNA onderzoek kan sinds kort binnen deze categorie een verdere differentiatie plaatsvinden van het risico. Hierdoor kan uiteindelijk een re-classificatie plaatsvinden van matig risico naar hoog of laag risico met alle consequenties van dien. Het bepalen van het genetisch risico op HVZ is vooralsnog geen common practice en dient derhalve in een gespecialiseerd centrum te geschieden. Het klinisch belang van genetische risicostratificatie moet nog worden bewezen in grote klinische trials en derhalve is de methode nog niet opgenomen in bestaande richtlijnen.

Genetisch screenen op risicoallelen

Als een gevolg van de genetische revolutie in het afgelopen decennium is sinds kort bekend dat bepaalde varianten in onze erfelijke eigenschappen op het DNA (single nucleotide polymorfisms) gepaard gaan met een hogere kans op het ontwikkelen van atherosclerose en het krijgen van een myocardinfarct. Inmiddels zijn zo’n 10 tot 20 van deze varianten of zogenaamde risicoallelen bekend, die ieder op zich relatief vaak voorkomen in de bevolking. Hoe meer van deze risicoallelen men heeft, hoe hoger het erfelijk bepaalde risico op HVZ waarschijnlijk zal zijn.

Het is op dit moment nog niet bekend of het bepalen van het genetisch risico op HVZ een toegevoegde waarde heeft voor de algemene praktijkvoering en of het medisch beleid t.a.v. het instellen van preventieve maatregelen hierdoor wordt beinvloed. Om een antwoord op deze vragen te krijgen zal klinisch wetenschappelijk onderzoek gedaan moeten worden door de genetisch gestuurde strategie te vergelijken met de conventionele benadering.

In afwachting van dit onderzoek kan de genetische risicostratificatie test wel alvast worden aangeboden, op eigen kosten, aan particulieren die dit graag willen. De analyse van het DNA zal worden gedaan door Ferrer, een groot en vooraanstaand biotechnologisch bedrijf in Barcelona.

De doelgroep wordt primair gevormd door mensen met een matig verhoogd risico van 1-5% op sterfte t.g.v HVZ binnen 10 jaar.

Indien het genetisch risico meer dan gemiddeld blijkt te zijn, dan zal de potentiële patiënt worden beschouwd als een hoog risico individu en ook als zodanig worden behandeld. Als het genetisch risico minder dan gemiddeld blijkt te zijn, dan zal de adviesvrager worden gereclassificeerd als laag risico individu en zullen geen preventieve maatregelen worden voorgesteld.

Wij zullen de genetische risicotest ook aanbieden aan personen met een hoog risico op sterfte tgv HVZ binnen 10 jaar (meer dan 5%). Bij een hoog genetisch risico zou dan een strengere preventieve therapie ingesteld kunnen worden dan normaal volgens de richtlijnen nodig zou zijn.

Tenslotte zou de genetische risicotest van nut kunnen zijn bij jonge personen (< 40 jaar) die naaste familieleden hebben met HVZ op jonge leeftijd. Bij een verhoogd genetisch risico zou dan veel eerder kunnen worden besloten tot het instellen van preventieve therapie dan nu het geval is.

Hubert F. Baars, genetisch cardioloog.

risks